Palestrina

 

START
Omhoog
Cavalli
Frescobaldi
Gabrieli
Landini
Merulo
Palestrina
Ponchielli
Sammartini
Scarlatti

 

Palestrina, van koorknaap tot kapelmeester

Palestrina, Giovanni da

Giovanni Pierluigi da PalestrinaEigenlijk: Giovanni of Giannetto Pierluigi, ook Il Prenestino of Praenestinus genaamd (Palestrina 2 febr. 1525 – Rome 2 febr. 1594), Italiaans componist, was in 1537 koorknaap in de S. Maria Maggiore te Rome. Leermeesters waren Firmin le Bel en Rubino Malapert. Van 1544 tot 1551 was hij organist en kapelmeester van de kathedraal van Palestrina en werd in 1551 kapelmeester van de Cappella Giulia in de St.-Pieter te Rome. Hij was opvolger van de Nederlandse componist Jacob Arcadelt.

In 1555 werd hij door paus Julius III tot zanger van de Sixtijnse Kapel benoemd, maar een half jaar later door paus Paulus IV weer ontslagen, omdat hij geen priester en zelfs gehuwd was. Hij werd spoedig daarop kapelmeester in de St.-Jan van Lateranen en in 1560 in de S. Maria Maggiore. In 1566 werd hij muziekleraar aan het Romeins seminarie, in 1567 kapelmeester aan het hof van kardinaal Ippolito II d'Este in Ferrara en ten slotte keerde hij in 1571 als kapelmeester terug naar de Cappella Giulia. Hij werd in de St.-Pieter begraven.

Het indrukwekkende oeuvre van deze grote meester van de polyfone kerkmuziek omvat ca. 105 missen voor vier tot acht stemmen, ca. 400 motetten, ca. 200 hymnen, psalmen, litanieën, magnificats, lamentaties, improperia, enz., ca. 200 wereldlijke en geestelijke madrigalen en negen ricercari voor orgel. Zijn schrijfwijze wordt gekenmerkt door een bijzondere welluidendheid in de harmonie en de stemgroepering. Hij besteedde uiterste zorg aan de melodiek, was spaarzaam met chromatiek en streng in de voorbereiding en oplossing van dissonanten, waarbij hij de uitdrukking van pathetische bewogenheid bewust vermeed. Meesterlijk is zijn muzikale behandeling van het woord of van de zin, waaraan hij de techniek van de cantus firmus of van de canon ondergeschikt maakte.

De stijl van Palestrina wist het Concilie van Trente (1545–1563) gunstig te stemmen jegens de polyfone kerkmuziek; later ontving Palestrina de eretitel van componist van de Pauselijke Kapel en werd de palestrinastijl tot voorbeeld gesteld van de gewijde polyfonie.

De Spaanse componist Tomáso Luis de Victoria is een bekend navolger. Een eerste, Duitse, uitgave van zijn werken verscheen in 33 delen (1862–1907; facs.-uitg. 1968); een nieuwe uitgave in 34 delen verscheen in Rome (1939 vv.).


Victoria 

Bijgewerkt 20-jan-2007 START | Omhoog