|











|
|
Van der Horst, eredoctor in de theologie
Horst, Anthon van der
(Amsterdam 20 juni 1899 – Hilversum 7 maart 1965)
Nederlands organist, dirigent en componist,
studeerde orgel bij J.B. de Pauw en compositie bij
Bernard Zweers;
op dit gebied was hij echter grotendeels autodidact.
Hij was organist te Amsterdam, Hilversum en Naarden, en sinds 1935 hoofdleraar orgel en directie aan het Amsterdamse conservatorium.
Zijn jaarlijkse directie van Bachs Matthäus-Passion te Naarden, met het koor van de Nederlandse Bachvereniging, trok veel aandacht. Hij was voorts een bekend orgelimprovisator.
In 1948 verleende de Groningse universiteit hem het eredoctoraat in de theologie
wegens zijn verdiensten voor de kerkmuziek.
In zijn composities werkte hij veel met de achttonige ladder (afwisselend hele en halve secunden, door hem modus conjunctus genoemd).
Van der Horst schreef een studie over Bachs Hohe Messe en gaf een instrumentatie uit van diens
Kunst der Fuge (1947).
WERK
Orkest: drie symfonieën:
nr. 1 (1935–1937; met o.m. de Nocturne
funèbre), nr. 2 ‘Divertimento pittorak’ (1955),
nr. 3 (1959; m. koor op tekst
van H. Haasse); trois études symphoniques (1954).
Concerten: Concerto per organo romantico e orchestra (1952),
Concerto spagnuolo voor viool en orkest (1953).
Kamermuziek: o.a. Var. over een thema in modo conjuncto voor
piano (1950); sonata in modo conjuncto (1951; twee piano's);
solo-suite voor
cello (1941); Thème, variations et fugue (1957; fluit, viool en altviool).
Orgel: Suite in modo conjuncto (1945), Suite voor 31-toonsorgel
(1953); Partita over psalm 8 (1947); Var. Christ lag in Todesbanden (1953).
Koor: La nuit (1953); Choros I–VII (1931–1958; met instr.). –
Voorts: toneelmuziek, declamatoria, liederen.
Bach
Pauw Zweers
Amsterdam Hilversum Naarden
|