|











|
|
Wagenaar, familie van enkele Nederlandse musici
JOHAN
(Utrecht 1 nov. 1862 – 's-Gravenhage 17
juni 1941)
Componist, koordirigent, organist en pedagoog, studeerde bij
Richard Hol en Sam.
de Lange. Hij werd in 1887 leraar aan de muziekschool te Utrecht,
in 1888 organist aan de Domkerk aldaar. Daarmee brak voor Utrecht een
tijdperk van grote muzikale bloei aan, grotendeels bepaald door
Wagenaar, die talrijke functies bekleedde in het muziekleven (oprichter
van de Muzikale Kring, leider van een a-capella-koor, dirigent van de
Utrechtse afdeling van Toonkunst, enz.).
Van 1919 tot 1937 was hij
directeur van het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Hij wist een
eigen stijl te ontwikkelen, die men welhaast een Nederlands-romantische
zou mogen noemen, met de grote Duitse voorbeelden uit die tijd en in
mindere mate de Franse als basis, maar zeker niet zonder een eigen, voor
die tijd nieuw, en humoristisch element als onmiskenbare eigenschap
daarbij. In 1916 verleende de universiteit van Utrecht hem een
eredoctoraat.
WERK
Orkest: Cyrano de Bergerac (1905); De
getemde feeks (1909; ouverture); Saul en David (1914; symf. ged.).
Opera en oratorium: De schipbreuk
(1889); De doge van Venetië (1898–1899); De Cid (1912).
Voorts: koorwerken en liederen.
Utrecht
BERNARD
(Arnhem 18 juli 1894 – York, Maine, 19
mei 1971), componist, sinds 1927 Amerikaans staatsburger, was leerling
van o.a. zijn neef Johan (harmonie, contrapunt en compositie), vestigde
zich in 1920 in New York, waar hij van 1921 tot 1923 lid was van het New
York Philharmonic Orchestra (viool, piano, cembalo, orgel en celesta).
Als compositieleraar was hij van 1925 tot 1937 verbonden aan het
Institute of Musical Art, daarna, tot 1968, aan de Juilliard School of
Music. Zijn stijl was laat-romantisch (zie romantiek). Hij liet een
omvangrijk (deels in opdracht geschreven) oeuvre na.
NELLY
Voluit:
Steuer-Wagenaar (Utrecht 27 nov. 1898), pianiste, dochter en leerlinge
van Johan Wagenaar, studeerde voorts bij o.a. Arthur Schnabel. Van 1927
tot 1967 was zij hoofdlerares voor piano aan het Amsterdams
conservatorium. Als soliste trad zij op met verscheidene Nederlandse en
buitenlandse orkesten.
DIDERIK
(Utrecht 10 mei 1946), componist,
achterneef van Johan, studeerde theorie aan het Koninklijk
Conservatorium in Den Haag bij Jan van Dijk,
Hein Kien en Rudolf
Koumans. Wagenaar maakt samen met o.a.
Louis Andriessen, Huib Emmer en
Cornelis de Bondt deel uit van de groep
componisten die bekend is komen te staan als de ‘Haagse School’.
Belangrijkste kenmerk van deze school is de stuwende ritmische kracht
van de composities. Wagenaar doceert theoretische vakken en 20ste-eeuwse
muziek aan het conservatorium in Den Haag. Hij ontving in 1989 de Kees
van Baarenprijs voor zijn orkestwerk Metrum en in 1996 de Matthijs
Vermeulenprijs voor zijn compositie Trois poèmes en prose.
WERK
Kaleidofonen (altsaxofoon en piano);
Praxis (1973, rev. 1990; 2 piano's, hobo ad lib.); Tam Tam (1979;
ensemble); Vier min één (1979; 3 trompetten); Metrum (1984, rev. 1986;
saxofoonkwartet en ork.); Festinalente (1988; trompet, koperblazers en
slagwerk); Tessituur (1990; ork.); Solenne (1992; 6 slagwerkers); Lent,
vague, indécis (1993; ensemble); Trois poèmes en prose (1995; sopr. en
ork.).
Andriessen
Hol
|