Peeters

 

START
Omhoog
Deriemaeker
Deruwe
Immerseel
Peeters
Schoonbroodt
Sluys
Verschraegen

 

Flor Peeters: organist, componist en pedagoog

Flor PeetersFlor Peeters Belgisch organist, componist en pedagoog, studeerde aan het Lemmensinstituut te Mechelen.

LEVEN:

1903 Geboren te Tielen (België).

1923 Orgelleraar aan het Lemmensinstituut te Mechelen.

1923 Benoeming tot organist van de Sint-Romboutskathedraal te Mechelen.

1931 (-1948)Orgelleraar aan het conservatorium te Gent.

1935 (-1948) Orgelleraar aan de Rooms-Katholieke Leergangen (thans conservatorium) te Tilburg.

1948 (-1968) Orgelleraar aan het conservatorium te Antwerpen.

1952 (-1968) Directeur van het conservatorium te Antwerpen. 1971 Baron Flor Peeters...

1986 Vijfjaarlijkse Staatsprijs ter bekroning van een kunstenaarsloopbaan.

1986 Overleden te Antwerpen

Tijdens zijn talrijke tournees door Europa, Amerika, Afrika en Azië gaf Peeters ruim duizend orgelrecitals.

In zijn programma's namen naast Bach, Franck en de modernen de Oud-Nederlandse meesters een belangrijke plaats in.

Zijn composities worden gekenmerkt door vlotte inventie, sterk aanleunend bij de gregoriaanse melos, voorkeur voor de klassieke vormschema's en het gebruik van polytonaliteit, polyritmiek en in zijn laatste werken ook van atonaliteit en serialiteit.

Esthetisch evolueerde zijn muziek van een laat-Franckiaanse virtuositeit (Variaties en finale, 1929) via vitalistisch neoklassiek (Passacaglia e fuga, 1938; Sinfonia per organo, 1940) naar een bezonken, introvert eigen klankidioom (Six lyrical pieces, 1966).

Peeters leidde vele organisten op, zowel in België (o.a. G. Verschraegen, K. D’Hooghe) als in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Nederland (o.a. K. Stolwijk, H. Houët), Duitsland en Zweden.

De principes van zijn orgelonderwijs legde hij neer in een orgelmethode, Ars Organi (3 dln., 1953–1954, 141970; Ned., Fr., Duitse, Eng. vertt.).

WERK:

Orgel:

1931 Toccata, fuga en hymne op Ave Maris Stella.

1935 Vlaamse Rhapsodie; Elegie.

1936 Zehn Orgelchoräle. 1948 (-1950) Lied-symphony.

1950 Drei Preluden und Fugen. 1955 Preludium, Canzona e Ciacona. 1959 (–1964) 300 koraalvoorspelen, o.m. Hymn preludes for the liturgical year

1982 Ricercare for organ.

Concerten:

1945 Voor orgel en orkest. 1954 Voor orgel en piano.

Voorts:

Geestelijke koormuziek: missen (o.m. Missa Festiva); motetten; vrije composities.

Liederen: Mère (1936); Ivoren toren (1940); Tijdeloze verbond (1943) en kamermuziek .

Geschriften:

1938 (–1949) "Oud-Nederlandse meesters voor het orgel", een poraktisch uitgave in drie delen.

1940 "L’œuvre d’orgue de Ch. Tournemire".

1971 "C. Franck's orgelœuvre".

1971 Met M.A. Vente e.a.: "De orgelkunst in de Nederlanden van de 16de tot de 18de eeuw"


Bach Franck Tournemire Verschraegen
Mechelen

Bijgewerkt 29-nov-2006 START | Omhoog | Deriemaeker | Deruwe | Immerseel | Peeters | Schoonbroodt | Sluys | Verschraegen